Dit artikel onderzoekt de economische impact van stijgende defensie-uitgaven en de gevolgen voor de Europese maakindustrie. Op basis van economische literatuur en gesprekken met toonaangevende leveranciers wordt inzicht gegeven in de kansen, risico’s en structurele uitdagingen bij het opschalen van de defensiecapaciteit. De focus ligt op de vraag hoe tijdelijke investeringen kunnen uitgroeien tot duurzame versterking.
De geopolitieke spanningen nemen wereldwijd toe en maken duidelijk dat Europa niet langer kan vertrouwen op vrede en bescherming van anderen. De Russische invasie van Oekraïne in 2022 was een harde wake-upcall: oorlog op eigen continent is een reële dreiging en diplomatie biedt geen garantie voor veiligheid.
Tegelijkertijd vraagt de Verenigde Staten dat Europese NAVO-partners hun defensie-uitgaven verhogen, terwijl Washington zijn aandacht meer op China richt. Europa moet meer verantwoordelijkheid nemen voor eigen verdediging en investeren in een sterkere defensie-industrie. Tijdens de NAVO-top in Den Haag in juli 2025 spraken lidstaten af hun defensie-uitgaven te verhogen naar een richtlijn van 5% van het BBP. Dit betekent miljarden extra voor tanks, vliegtuigen, munitie, schepen en technologische innovatie, met als doel de militaire slagkracht en strategische autonomie te versterken.
Maar achter die indrukwekkende cijfers schuilt een urgentere kwestie:
- Maken hogere defensie-uitgaven Europa economisch veerkrachtiger, of dreigen ze het draagvlak en de economische balans te ondermijnen?
- Profiteren industrieën van deze investeringsgolf, of komen andere sectoren juist verder
in de knel?
Risico’s van verhoogde defensie uitgaven
Verhoogde defensie-uitgaven brengen het risico van economische crowding-out met zich mee. Het crowding-out-effect betekent dat overheidsuitgaven in één domein andere belangrijke publieke investeringen kunnen verdringen, omdat de middelen nu eenmaal beperkt zijn. Geld dat naar defensie gaat, kan niet worden besteed aan onderwijs, infrastructuur of zorg. Bovendien kan een plotselinge vraagpiek in de defensiesector leiden tot arbeidsmarktkrapte en hogere lonen, waardoor andere sectoren moeilijker personeel vinden en de concurrentiekracht van de economie onder druk komt te staan.
Tegelijkertijd kampen veel Europese landen al met hoge schuldratio’s. Om miljarden extra aan defensie te kunnen besteden, worden begrotingsregels versoepeld. Dit creëert op korte termijn investeringsruimte zonder directe bezuinigingen, maar brengt op langere termijn risico’s zoals hogere rentelasten, toekomstige belastingverhogingen en verdringing van andere publieke investeringen, met gevolgen voor het sociale welzijn.
Kansen door hogere defensie uitgaven
Desondanks bieden hogere defensie-uitgaven ook kansen voor de Europese industrie en economie. Investeren in eigen productiecapaciteit versterkt strategische autonomie en vermindert afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. Grote defensieopdrachten geven maakbedrijven zekerheid om te investeren in machines, personeel en technologie,
wat werkgelegenheid en regionale groei stimuleert. Deze uitgaven kunnen ook innovatie en technologische vooruitgang bevorderen. Militaire technologie vindt vaak civiele toepassingen, zoals geavanceerde elektronica en communicatiesystemen. Zulke dualuse innovaties versterken zowel de defensiesector als andere industrieën en vergroten de concurrentiepositie.
Bovendien kunnen verhoogde defensie-investeringen hele toeleveringsketens versterken. Nederland zal bijvoorbeeld onderdelen leveren voor nieuwe Europese gevechtstanks, met betrokkenheid van gespecialiseerde bedrijven in
metaalbewerking, elektronica en hightechsystemen. Zulke opdrachten creëren werkgelegenheid en versterken de kennis en technologische capaciteit van de maakindustrie.
De blik van de maakindustrie op verandering
De groeiende vraag naar defensieproducten biedt nieuwe kansen voor de Nederlandse maakindustrie, maar bedrijven wijzen erop dat deze niet direct verzilverd worden. Besluitvorming en lange productiecycli zorgen voor vertraagde effecten, en voordelen voor toeleveranciers ontstaan pas zodra grote opdrachten bij hoofdaannemers landen en door de keten werken. Ondernemers zien perspectief om productie op te schalen en nieuwe markten te bedienen, maar benadrukken het belang van voldoende en goed opgeleid personeel in een krappe arbeidsmarkt. Zonder investeringen in scholing dreigen tekorten en vertragingen.
Ook uitbreiding van productiecapaciteit vraagt nauwe samenwerking in de keten. Gespecialiseerde leveranciers kunnen niet zomaar opschalen, waardoor afspraken over kwaliteit, levering en planning cruciaal zijn om knelpunten en prijsstijgingen te voorkomen. Bedrijven wijzen daarnaast op het belang van een toeleveringsketen die dichter bij de productielocaties ligt om de leveringszekerheid te vergroten. Succesvolle opschaling vereist nauwe samenwerking met overheid en kennisinstellingen. Alleen via gezamenlijke strategieën voor capaciteitsuitbreiding, opleiding van personeel en technologische innovatie kunnen bedrijven de groei realiseren. Gerichte investeringen in R&D en opleidingsprogramma’s zijn daarbij essentieel om kennis en vaardigheden duurzaam te versterken.
De kracht van Europese samenwerking
Het versterken van de Europese defensiecapaciteit vraagt om meer dan nationale initiatieven. Europese landen moeten hun investeringen beter op elkaar afstemmen en gezamenlijk productie opschalen om dubbele kosten te vermijden, ketens efficiënter te benutten en innovatie te versnellen. Toch is samenwerking niet vanzelfsprekend. Landen beschermen vaak hun eigen industrie en vullen grote defensieopdrachten nationaal in, wat kan leiden tot hogere kosten en gemiste schaalvoordelen. Om echt tempo te maken en capaciteit op te bouwen, zijn duidelijke Europese afspraken nodig. Gezamenlijke inkoop, gedeelde productieplannen en gestandaardiseerde eisen helpen schaalvoordelen benutten en leveringszekerheid vergroten.
Ook kennis- en technologie-uitwisseling is cruciaal om innovaties sneller te ontwikkelen. Europese samenwerking biedt zo niet alleen een antwoord op veiligheidsvraagstukken, maar ook een kans om de eigen industrie te versterken en minder afhankelijk te worden van niet-Europese leveranciers. Het succes hangt af van politieke wil, vertrouwen en een gezamenlijke langetermijnvisie.

Stefan Starke –
Partner Supply Chain & Operations