Sluit

Ruimtelijke ordening in een dichtbevolkt land, een gordiaanse knop

Ruimtelijke ordening draait – zeker in een dichtbevolkt land als het onze - om het maken van keuzes. Er is veel creativiteit nodig om alle belanghebbenden op één lijn te krijgen. Pieter Kraaijeveld, Interim-Manager bij Boer & Croon helpt beleidsmakers door een bedrijfseconomische bril te kijken om tot een duurzame oplossing te komen.

Ruimtelijke ordening Boer en Croon

Pieter Kraaijeveld is sinds begin 2020 actief als interimmanager voor Boer & Croon. Deze samenwerking heeft via Ine Frings, partner bij Boer & Croon geresulteerd in meerdere opdrachten, waaronder als directeur Ruimte en Duurzaamheid bij de Gemeente Amsterdam. Hij helpt publiek-private organisaties door oplossingen vinden vanuit een bedrijfseconomische perspectief. We spraken met hem over het publieke domein en ruimtelijke ordening.


Er is al veel geschreven en onderzocht naar de verschillen en overeenkomsten tussen de publieke en private sector. Wat is jouw kijk op deze twee sectoren?

"In de private sector neemt het management beslissingen op basis van meer kwantitatieve gegevens zoals omzet, winst en het ervoor zorgen dat er meer geld binnenkomt dan er wordt uitgegeven. In de publieke sector geldt dat in mindere mate, daar is het gevoerde beleid veel minder afhankelijk van het behalen van bepaalde percentages of ebitda. Hier moet je een gevoel voor ontwikkelen en dat maakt het aan de ene kant bijzonder ongrijpbaar. Aan de andere kant is het juist interessant. Je moet namelijk op zoek gaan naar de gemene deler op basis van gevoel en sensitiviteit, en dat zien te vertalen naar goed beleid."

"Een ander verschil is dat er in de publieke sector veel meer onzichtbare sturing is. Bij een bedrijf stuur je op reputatie, het merk of het product. En met de aandeelhouders als belangrijke stakeholders. Bij een gemeente, maar ook bij semipublieke bedrijven als Schiphol en ProRail wordt je reputatie bepaald door een diffuse groep stakeholders: omwonenden, lokale en landelijke politiek, de media en gebruikers. De interactie is daarmee veel minder tastbaar. Daarnaast dien je continu verantwoording af te leggen over wat je doet, dus je komt niet weg met fouten. Kijk alleen al naar het feit dat publieke organisaties WOB-baar zijn. Als je erg gesteld bent op het hebben van controle, dan moet je niet gaan werken in de publieke sector. Je hebt een intern kompas nodig waarin je alle stakeholders kan meenemen om vervolgens je eigen koers als organisatie te bepalen."

"Bij mijn tijd bij ProRail stonden alle KPI’s op groen. De prestatie van ProRail houdt Nederland steevast in de wereldwijde top 3 van spoorlanden naast Japan en Zwitserland. Maar de hele wereld vond toch dat wij prutswerk leverden. Ergens maak je dan een aanzienlijke denkfout. Want blijkbaar staat alles op rood. Toen hebben we ons de vraag gesteld: wat nou als alles wat over ProRail wordt gezegd waar is? Als je dat als uitgangspunt neemt, kijk je anders tegen de kwestie aan en kun je werken aan de oplossing."


Laten we het hebben over ruimtelijke ordening. Vanuit jouw rol bij Schiphol, ProRail en de Gemeente Amsterdam heb jij op een unieke manier te maken gehad met ruimtelijke ordening. Wat is jouw kijk op ruimtelijke ordening, stellen we de juiste prioriteiten?
"Bij ruimtelijke ordening denkt men vaak vooral aan woningbouw. Maar je moet het eigenlijk veel breder zien als je beleid gaat maken. Want woningbouw raakt aan kwaliteit van leven, wat andere aspecten met zich meebrengt. Bijvoorbeeld het vrijmaken van ruimte voor meer natuur in de stad, ook met het oog op biodiversiteit. En je moet rekening houden met veranderende omstandigheden door klimaatverandering. Dit krijgt niet de aandacht die het verdient, terwijl het wel een belangrijk aspect is van kwaliteit van leven.
Daarnaast heb je zaken die er verband mee houden, zoals mobiliteit, transport van goederen en voedsel en gentrificatie (het vernieuwen en renoveren van oude, vervallen gebouwen in een stad). Daar zie je ook de goede en minder goede kanten van. In Amsterdam Noord zie je bijvoorbeeld dat ondanks de brede samenstelling van bewoners bepaalde groepen toch als water en olie langs elkaar heen leven. Dat betekent dus niet automatisch dat bepaalde groepen integreren als je ze bij elkaar zet. Daarbij speelt ook dat aandacht voor wijken vanuit de gemeente evenredig te verdelen is en dat lukt niet altijd, waardoor de ene wijk meer stappen kan maken dan de andere."

"Sinds de uitbraak van corona vind ik openbaar vervoer een extra interessant onderwerp. Wat wordt de behoefte van het openbaar vervoer voor de komende twintig jaar? Ik hoop niet dat we dat gaan benaderen zoals we het de afgelopen tien à twintig jaar hebben gedaan. Corona heeft ons laten zien dat er gelijkmatiger gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer, dit terwijl veel capaciteit is ingericht op piekmomenten. Dat maakt het duur. Probeer eens te kijken naar intelligente mengvormen. Rekeningrijden en elektrisch fietsen vind ik bijvoorbeeld heel interessant."

"Ruimtelijke ordening is een breed begrip. Kijk bijvoorbeeld naar de schaarste op de woningmarkt en het steeds onbereikbaarder worden van een koopwoning. Probeer met bijvoorbeeld fiscale interventies de onbalans in die markt weg te nemen. Het is ook interessant hoe de ouderenzorg vorm wordt gegeven."
"Als je kijkt naar de relatie tussen ouderenzorg en huisvesting: in Nederland woont een grote groep mensen in een afbetaald huis, terwijl de kinderen uit huis zijn. Wat is ervoor nodig om die groep te stimuleren om kleiner te gaan wonen? Aan welke woonvormen heeft die groep behoefte? We hebben ooit hofjes gehad, waarbij je met generatiegenoten kon wonen en nog behoud van privacy kan hebben. Er is veel creativiteit voor nodig, maar we moeten het toch echt met elkaar oplossen."

Je noemde een aantal zaken waar vaak een centrale regie voor nodig is. Gemeenten kunnen eigen beleid invoeren, maar daarmee verdwijnt het probleem op grotere schaal niet. Hoe kijk jij in dat licht naar de omgevingswet en de centrale regierol die op sommige dossiers nodig is?
"Dat vind ik een lastige vraag. De intentie van de wet is goed. Of de wet op een juiste wijze wordt toegepast is mij nog niet helemaal duidelijk, maar wellicht ligt daar de oorzaak waarom het stokt. Maar het idee dat je vanuit een publieke taak faciliterend en dienstverlenend bent, in plaats van corrigerend en handhavend, dat vind ik relevant."
"Het gaat ook over participatie. Participatie dreigt niet te slagen omdat de verschillende partijen die meedoen verschillende verwachtingen hebben waardoor teleurstellingen onvermijdelijk zijn. Dan wordt het participeren om het participeren, dan is het voor de bühne. De verwachtingen van burgers veranderen, en het is daarom van belang dat gemeentes hierin meebewegen. En wees duidelijk binnen welke kaders er geparticipeerd kan worden. Binnen de Gemeente Amsterdam is het een groot goed. Bij iedere vuilniscontainer die wordt neergezet, hebben burgers recht op inspraak."

"Ik kan mij voorstellen dat het Rijk vooral rondom grond en grondontwikkeling meer regie gaat nemen. Misschien ook wel rond het stimuleren van bepaalde ontwikkelingen binnen de ruimtelijke ordening, omdat je dat niet te verspreid wilt laten gebeuren. Dan heb je geld en een juridische positie nodig. Dat zijn de randvoorwaarden. En inhoudelijke kennis om de juiste interventies te plegen. Bijvoorbeeld zoals het oude ministerie van VROM functioneerde, maar dan vanuit het perspectief van de huidige vraagstukken zoals bijvoorbeeld klimaat, vergrijzing, mobiliteit, zorg, woningbouw, elektrificeren, digitalisering, biodiversiteit e.d. We willen toch een goede invulling geven aan de ruimte dat ons land biedt. Dan komen de vragen: welke industrie? Welke woningbouw? Wat doe je met landbouw? Wat doe je met natuur? Dat kun je centraal regisseren en lokaal de uitvoering laten regelen."
Pieter Kraaijveld
Ruimtelijke ordening Boer en Croon

Pieter Kraaijveld

Pieter Kraaijeveld werkte na zijn studie bedrijfseconomie in Rotterdam acht jaar bij Schiphol. Hier is hij onder andere als directeur commerciële netwerkontwikkeling medeverantwoordelijk geweest om Schiphol te laten groeien als internationale hub. Hierna werkte hij een aantal jaar als zelfstandig internationaal consultant in de publiek-private sector. Hij hield zich onder andere bezig met het ondersteunen van publiek-private organisaties om meer bedrijfseconomisch te denken.

Begin 2005 werd Pieter gevraagd om strategisch directeur te worden bij ProRail, een organisatie die op dat moment net was ontstaan uit de fusie van drie Railinfratrust-dochters. Zijn taak was om de drie dochters te integreren en vervolgens de bestaande processen te versterken. Na negen jaar ProRail en een klein jaar als operationeel directeur bij Arriva werkt Pieter inmiddels op opdrachtbasis voor diverse opdrachtgevers in de publiek & private sector. Zo heeft hij in de afgelopen periode via Boer & Croon opdrachten gedaan bij de gemeente Amsterdam, AEB Amsterdam, Westpoort Warmte en Vattenfall.