Charles de Beaufort

 Door: Charles de Beaufort

Op 9 januari 2014 stapte ik op het vliegtuig naar Dar es Salaam, de economische hoofdstad van Tanzania. Ondanks de “bekende vijver” met multinationals die zich gedurende mijn laatste studiejaar veelvuldig op de universiteit aanbood besloot ik deze links te laten liggen. Ik besloot mijn eigen vijver te graven en bij mezelf te raden te gaan wat ik echt wilde. Naar Afrika! Waarom? Ik wilde avontuur, zelfstandig zijn en koesterde goede herinneringen aan mijn jeugd die ik deels in Congo had doorgebracht. Via via kwam ik in contact met een Nederlandse ondernemer die in 1997 een houtzagerij van de Tanzaniaanse overheid had overgenomen. Ik ging voor 6 tot 9 maanden aan de slag als Financial Controller met als doel de kostprijs inzichtelijk te maken. Uiteindelijk zou ik benoemd worden tot General Manager en twee jaar blijven.

 

Naast het avontuur en de verantwoordelijkheid raakte ik gefascineerd door de Tanzanianen en hun levensstijl. Het leven van de werknemers was in mijn ogen niet makkelijk – keihard werken, elke dag hetzelfde dieet, elke dag hetzelfde T-shirt en dezelfde schoenen, geen water of elektriciteit aan huis, na werk op de shamba (akker) werken en op zondag, de enige vrije dag van week, naar de kerk – maar ze waren allemaal gelukkiger dan veel mensen in mijn directe omgeving in Nederland. Als men te eten en te drinken had, een dak boven het hoofd en vrienden om mee te lachen dan kon niemand ze wat maken.

Voor hen was dit normaal, zelf had ik een meer theoretische onderbouwing nodig om het te begrijpen. Die vond ik in de Piramide van Maslow. Deze zorgde ervoor dat ik de dagelijkse gang van zaken in Tanzania leerde te begrijpen.

 

Zo was de dag nadat we van wekelijkse salarisbetalingen waren overgestapt op maandelijkse de fabriek praktisch leeg. Toen ik vroeg of er een huwelijk of begrafenis was in het dorp, antwoordden een paar ambitieuze – bijna westerse – jongens “everybody is busy enjoying life because they have so much money now”. Ik reageerde verontwaardigd maar moest even later lachen toen het kwartje viel….. Overigens verzekerden de jongens me dat men er eind van de week weer zou zijn als het geld op was.

Om controle te houden over de kostprijs hield ik strak toezicht op diesel- en olievoorraden. De twee “stores” hadden ieder een paar honderd liter op voorraad, waar ondanks de verantwoordelijkheid van de storemanagers Mbazi en Zishfrith, weleens wat verdween. Moest ik iemand zijn salaris inhouden als hij op aandringen van de buurman een liter achterover had gedrukt zodat deze medicijnen kon kopen voor zijn doodzieke baby? Zou mijn maatregel ervoor zorgen dat dit niet meer gebeurde? En wat zou de rest van het bedrijf hiervan vinden? Ik leerde een simpele les: het doel heiligt de middelen en voor het voorzien van de basisbehoeften/overlevingsmotieven is in Afrika vrijwel alles geoorloofd.

 

Om in hun basisbehoeften te voorzien waren de werknemers afhankelijk van positieve bedrijfsresultaten. Zo werkte men zonder te klagen en na werktijd door om een order af te krijgen.

Dat hun werkethiek grenzeloos was, bleek wel toen één van mijn werknemers, Solomoni, aan mijn bureau stond met het verzoek of hij de auto mocht lenen. Hij wilde naar het ziekenhuis omdat zijn vrouw buikpijn had. Ik legde hem uit dat dit tegen het protocol was, maar met de bus gaan was geen optie volgens hem. Toen ik s ‘avonds stond te koken werd er aangeklopt. Vloekend liep ik naar de deur, omdat er meestal alleen in het geval van calamiteiten iemand naar mijn huis kwam. Tot mijn verbazing was het Solomoni, hij stond aarzelend halverwege het trappetje bij mijn voordeur. Hij overhandigde de autosleutel en vertelde dat hij hem had gewassen en voor het kantoor had geparkeerd. Ik bedankte hem en zwaaide de deur dicht, totdat ik besefte dat ik niet had geïnformeerd naar de toestand van zijn vrouw. Op de vraag hoe het met haar ging antwoordde hij: “my wife is oké, but the baby died”, hij deed zijn zaklamp aan en rende het trappetje af en terwijl hij opging in de duisternis riep hij “see you tomorrow mister”. Aangeslagen bleef ik in de deuropening staan en voelde alle emoties uit mijn lichaam vloeien. Dit was de realiteit, dit was Afrika en ik was slechts toeschouwer.

 

Na twee jaar besloot ik terug te gaan omdat ik niet langer voldoende invulling kon geven aan mijn eigen basisbehoeften. Volgens Maslow heeft men behoefte aan stabiliteit en sociale acceptie en deze waren voor mij niet haalbaar in deze omgeving. Ook was ik toe aan een nieuw avontuur en wilde ik mijn ervaringen in een westerse omgeving gieten.
Na lang oriënteren heb ik uiteindelijk voor het Young Executive programma van Boer & Croon gekozen. Het was een bewuste keuze om te gaan werken als managementconsultant, omdat ik graag met mensen samenwerk om resultaten te bereiken. Daarnaast is de professionele ontwikkeling op een individueel traject doorslaggevend geweest voor mijn keuze. Bij Boer & Croon gelooft men er namelijk in dat je alleen het maximale uit jezelf kan halen als je inzicht hebt in je innerlijke processen en je leert dan ook hoe je deze kan beïnvloeden. De dingen die ik hier tot nu toe heb geleerd, tijdens mijn maandelijkse coaching en intervisie, geven mij inzichten in de problematiek van bedrijven. Tevens bieden ze me inzichten in de gedragingen van de mensen om mij heen.

 

Op mijn eerste opdracht bij Connexxion Openbaar Vervoer was ik procesbegeleider van een aanbesteding. De opdracht heeft mijn beeld en mening over het OV volledig op zijn kop gezet, van futloos en saai naar interessant, complex en uitdagend. Op persoonlijk vlak heb ik geleerd hoe een projectorganisatie moet functioneren of juist niet. Ik heb inzichten gekregen in het structureren en analyseren van informatie. Maar met name hoe een goede teamdynamiek tot stand komt en welke randvoorwaarden nodig zijn om dit te realiseren.

 

Wel sta ik vaak versteld van de ontzettende stroom van digitaal verkeer, in plaats van bij elkaar naar binnen te lopen gaat alles via de mail/app/intranet/social media. Overleggen en vergaderingen lijken soms wel meer formaliteit dan middel. Volgens de theorie van Maslow schuif je pas naar een volgend niveau als de lager geplaatste behoeften bevredigd zijn. Nederland bevindt zich in de top van de piramide. Volop educatie, emancipatie en ondernemerschap in een stabiel democratisch systeem met sociale waarden. Maar soms vraag ik me af of we niet dreigen het sociale fundament uit de piramide te verliezen? Het face-to-face contact, interesse in elkaar en verbondenheid met vrienden en familie, je sportteam, je buren en je collega’s. In Afrika zit die waarde diepgeworteld, en daar kunnen we in Nederland veel van leren.

 

Ondanks dat mijn crossmotor is vervangen door een OV-fiets, de onderhandeling met corrupte ministeries nu intakes bij potentiele opdrachtgevers zijn, ervaar ik nog steeds hetzelfde avontuur. Ik word dagelijks uitgedaagd, kom tot nieuwe inzichten, raak geïnspireerd door collega’s en wordt teruggefloten door mijn coach. Boer & Croon is mijn nieuwe houtzagerij en de Tanzanianen worden hier Young Executives genoemd.